De flexbranche is hard geraakt door de coronacrisis, maar kan ook snel herstellen zodra de economie weer aantrekt. In 2021 laat de sector een krachtig herstel zien na de sterke volumedaling in 2020 en neemt het volume in 2021 met circa 10%.  Tijdens eerdere crises is immers gebleken dat veel bedrijven in geval van groei bij voorkeur eerst flexibel personeel inhuren in plaats van direct vast personeel in dienst te nemen.

Sterke krimp uitzenduren in tweede kwartaal

De volumedaling in de flexbranche is eind 2019 ingezet. In eerste instantie nam het aantal uitzenduren af door de krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het moeilijker werd om geschikt personeel te vinden. In het tweede kwartaal van 2020 daalde het aantal uitzenduren, ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder, met 22% als gevolg van de lockdown die in maart werd ingevoerd. In het derde en vierde kwartaal van 2020 is de krimp naar verwachting weliswaar minder groot, maar nog altijd substantieel.

Aantal flexwerkers daalt met 200.000

Het aantal werknemers met een flexibel dienstverband, waaronder uitzend- en oproepkrachten, is in 2020 sterk afgenomen. In het derde kwartaal waren er 1,7 miljoen werknemers met een flexibel contract, 200.000 minder ten opzichte van eind 2019. De daling komt niet overigens niet alleen door de coronacrisis, maar deels ook door de krappe arbeidsmarkt eind 2019, waardoor meer mensen een vast contract kregen.

Flexwerkers worden als eerste ontslagen

Zoals ook de coronacrisis laat zien is het met name het flexibele personeel dat in tijden van economische crisis als eerste de klappen opvangt. Uit eerder onderzoek bleek al dat uitzendkrachten, naast zzp’ers, het belangrijkste stootkussen zijn om economische schokken op te vangen. Bovendien zijn er relatief veel uitzendkrachten werkzaam in sectoren die hard werden geraakt door de coronacrisis, zoals de horeca, luchtvaart en de non-food detailhandel

Arbeidsmarkt minder gespannen

Waar de sector in 2019 en begin 2020 nog kampte met een krappe arbeidsmarkt, is de spanning in de loop van 2020 door de coronacrisis in rap tempo afgenomen. Zo waren er eind 2019 met 1,1 werklozen per openstaande vacature bijna evenveel vacatures als werklozen. Dit maakte het voor uitzendorganisaties moeilijk om voldoende geschikte uitzendkrachten te vinden. Inmiddels is de keuze aanzienlijk ruimer met in het derde kwartaal bijna 2 werklozen per openstaande vacature. Met een oplopende werkloosheid zal de spanning op de arbeidsmarkt in 2021 nog verder afnemen.

Minder sterke omzetval dankzij hogere tarieven

Net als het volume daalde ook de omzet in de uitzendbranche in 2020, zij het minder sterk. Dit komt doordat er hogere tarieven in rekening werden gebracht, als gevolg van de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) per 1 januari 2020. De wet is bedoeld om een vast contract minder vast te maken en een flexibel contract minder flexibel. Door de wet werd alle flexibele arbeid duurder. Zo stegen de kosten voor een uitzendkracht gemiddeld met 5%. Ook payrolling werd voor bedrijven duurder en daarmee minder aantrekkelijk. Volgens de WAB heeft een payroller recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als een werknemer die direct in dienst is bij het bedrijf. Meerdere payrollbedrijven zijn daarom overgestapt naar een uitzendmodel.

Flexibiliteit heeft zijn prijs

De flexibele schil van personeel is in coronatijd voor veel bedrijven de redding geweest. Ook in de toekomst blijft de behoefte aan een flexibele schil bestaan, zo blijkt uit de conjunctuurenquête van het CBS. Eén op de zeven bedrijven geeft aan dat ze vanwege de coronacrisis een flexibeler personeelsbestand willen opbouwen. Dit maakt bedrijven wendbaarder doordat ze sneller in personeel kunnen op- en afschalen wanneer dat nodig is en vergroot daardoor de overlevingskansen van bedrijven. De vraag is alleen of, en in hoeverre, bedrijven bereid zijn een hogere prijs te betalen voor meer flexibiliteit.

Donkere wolken boven de flexbranche….

Naast de coronacrisis en de WAB heeft de sector de handen vol aan een aantal andere uitdagingen. Zo staat het verdienmodel onder druk door concurrentie van zzp’ers en online platformen, zijn er misstanden in de huisvesting van arbeidsmigranten en is er sprake van doorgeschoten flexibiliteit.

…maar ook zeker kansen

Daarentegen zijn er ook volop kansen voor de flexbranche. Zoals al eerder aangehaald blijft de behoefte aan een flexibele schil ook in de toekomst bestaan. Verder zorgt het coronavirus er voor dat bepaald werk verandert of zelfs geheel verdwijnt, waardoor omscholing en het van werk naar werk begeleiden van flexkrachten steeds belangrijker wordt voor bijvoorbeeld uitzendorganisaties.

Nieuwe regelgeving voor de arbeidsmarkt

Mogelijk komt er in de loop van 2021 nieuwe, en strengere, regelgeving om flexwerkers beter te beschermen en een gelijker speelveld op de arbeidsmarkt te creëren. Dit zal naar verwachting mede worden gebaseerd op de aanbevelingen die de commissie Borstlap begin 2020 heeft opgesteld. De aanbevelingen zijn niet allemaal even positief voor de flexbranche. Zo wordt bijvoorbeeld voorgesteld om het uitzendbeding op 26 weken te maximeren in plaats van de huidige 78 weken. Dit om uitzendwerk alleen in te zetten voor ziek & piek en niet langer voor werk op structurele basis. 

Onzekerheid houdt sector in zijn greep

Kortom, de flexbranche gaat een onzekere tijd tegemoet. Hoewel de sector in 2021 naar verwachting een krachtig herstel laat zien, zal de flexbranche vanwege alle ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande onzekerheden, eind 2021 nog niet terug zijn op het pre-corona niveau van eind 2019.

Dit artikel werd gepubliceerd op ing.nl